skip to content

Tips

Energie tips

Deze pagina zit boordevol energiebespaartips !

Naast algemene energie tips, o.a. tips over het kiezen en omgaan met huishoudelijke apparaten:

 

Energie taart,
 wat geeft u uit aan energie ?

Hierboven ziet u de verdeling in een gemiddelde woning  (bron: Energiebedrijven database).
Hoe kunt u hier in wat besparen ?

Energietips verwarming

De verwarming is dé grote slokop! Zo’n 66 % van je energiebudget gaat er naartoe.

  • Doe er overdag een graadje af: 20 °C in plaats van 21 °C
  • Voorzie een programmeerbare kamerthermostaat in de leefruimte
  • Installeer thermostatische radiatorkranen in de andere kamers zodat het daar niet onnodig (te) warm wordt.
     

Energietips warm water

Een gezin van 3 tot 4 personen verbruikt gemiddeld 100 liter warm water per dag, of 13 % van het energieverbruik.

  • Neem een douche in plaats van een bad
  • Plaats een spaardouchekop
  • Laat geen warm water lopen terwijl je je tanden poetst
     

Energietips verlichting

Verlichting is goed voor 5 % van je energieverbruik.

  • Kies lampen met een energielabel A
  • Verlicht enkel waar en wanneer nodig
  • Vervang oude halogeenlampen door ledlampen
     

Energietips koelen en vriezen

Koelkast en diepvriezer werken dag en  nacht, goed voor 5 % van je energieverbruik.

  • Ontdooi de diepvriezer minstens één keer per jaar
  • Zet geen warme gerechten in de koelkast
  • Schakel de koelkast uit als je twee weken of langer afwezig bent
     

Energietips wassen en drogen

Wassen, drogen, strijken en afwassen is samen goed voor 4 % van je energieverbruik.

  • Start enkel een goed gevulde machine
  • Droog je was zoveel mogelijk buiten
  • Schakel het strijkijzer uit als je even weggaat

 

Energietips koken

Ongeveer 4 % van je energieverbruik gaat naar kooktoestellen.

  • Kook zoveel mogelijk met deksel en weinig water
  • Bereid kleine hoeveelheden in de microgolfoven, magnetron
  • Schakel de oven uit, nog vóór het einde van de bereidingstijd

 

Energietips sluipverbruik

Zo’n 3 % van je energieverbruik gaat naar televisietoestel, multimedia en entertainment. Door toestellen in stand-by te laten, verbruiken ze onnodig stroom!

  • Schakel toestellen met afstandsbediening volledig uit na gebruik.
  • Verwijder laders (gsm, tandenborstel, kruimeldief…) uit het stopcontact na gebruik
  • Zet de dimfunctie van verlichting uit of trek de stekker uit.

 

Hoe een zuinig huishoudtoestel kiezen?


Elektrische toestellen zijn niet meer weg te denken uit onze woning. Hun comfort ligt zó voor de hand dat we er nauwelijks bij stilstaan. Wasmachine, koelkast, vaatwasser, heteluchtoven ... ze vergemakkelijken één voor één onze huishoudelijke taken. Moderne apparaten besparen niet alleen tijd. Met een energielabel A besparen ze ook energie. Twee belangrijke momenten hebben invloed op uw energieverbruik: op het ogenblik dat u een nieuw toestel aankoopt en het ogenblik dat u er gebruik van maakt. Welke eenvoudige maatregelen kunt u zoal nemen om het energieverbruik van uw toestellen zo laag mogelijk te houden

Zonder al te veel moeite kunt u veel energie besparen. Ga voor comfort met minder energie!

Overweegt u de aankoop van een nieuw huishoudapparaat? Dan is het energielabel een prima leidraad. U vindt het op alle nieuwe koelkasten, diepvriezers, wasmachines, droogkasten, vaatwassers, ovens, televisietoestellen en lampen. Deze wettelijke verplichting is één van de Europese maatregelen om het energiegebruik te beperken. Sinds de invoering van het energielabel zijn toestellen alsmaar energiezuiniger.

Eenvoudig en overzichtelijk Met het energielabel ziet u in één oogopslag hoe energiezuinig een apparaat is ten opzichte van vergelijkbare apparaten. Aan de hand van het geschatte verbruik krijgt het toestel een letter A, B, C of D. De A-categorie is opgesplitst in A+, A++ en A+++ waarbij A+++ de energiezuinigste is. Koelkasten, diepvriezers en wasmachines met energielabel B of slechter worden sinds 2012 niet meer geproduceerd.

Het energielabel is eenvormig in alle Europese lidstaten en bevat volgende gegevens:

  • naam van de fabrikant, type-aanduiding
  • het energieverbruik in kWh op jaarbasis:  hoe lager hoe beter
  • de classificatieschaal: van energieklasse A+++ (de beste energiescore) tot D (de slechtste energiescore)
  • gekleurde pijlen: van donkergroen (hoge energie-efficiëntie) tot rood (lage energie-efficiëntie)
  • extra pictogrammen die per toestelcategorie bepaalde prestaties en kenmerken illustreren.

Voor een wasmachine bijvoorbeeld geeft het energielabel ook informatie over het waterverbruik, de capaciteit in kilogram, de centrifuge efficiëntie en het geluidsniveau.

energie label toestel

Kopen is één, gebruiken is twee
Fabrikanten slaagden er de voorbij jaren in om steeds zuinigere toestellen te maken. Neem nu een koelkast. Een middelgrote oude koelkast met een C-label kost ongeveer 80 euro per jaar aan elektriciteitskosten, een recenter A-label zo’n 40 euro en de betere huidige toestellen met een A+++-label amper 25 euro. Een koelkast met A-label zal goedkoper in aanschaf zijn dan een toestel met A+++-label, maar dat is een valse besparing. Over de gehele levensduur (gemiddeld dertien jaar) kost het energieverbruik van een koelkast met een lagere energieklasse meer dan de aanschafprijs van het toestel. Met een duurder maar energiezuiniger apparaat maakt u uiteindelijk dus winst. Toch is een zuinig huishoudtoestel nog geen waarborg voor een laag energieverbruik. Als u bijvoorbeeld uit ge- woonte het zwaarste programma kiest voor uw vaatwasser en het toestel half gevuld al inschakelt, bent u energetisch niet goed bezig. Gelukkig kunt u op twee manieren veel geld besparen: kies toestellen die weinig energie verslinden en gebruik ze op de juiste wijze.

Wasmachine

het kiezen van de juiste wasmachineKies een wasmachine met energieklasse A+++ en een goede centrifugeerefficiëntie (A). Het energieverbruik, vermeld op het energielabel, is een gemiddelde waarde van verschillende wasprogramma’s (90°, 60°, 40°, fijne was 30°, wol enzovoort). Naast het jaarlijkse energieverbruik van het toestel, vindt u op het energielabel ook gegevens van het waterverbruik, de was- en zwiercapaciteit en het geluidsniveau. De zuinigste machines die vandaag op de markt zijn, verbruiken 0,70 kWh voor een wasbeurt van 60 °C. De centrifugeersnelheid is belangrijk als u het linnen daarna in de droogkast droogt. Kijk bij de aanschaf eerst naar het droogresultaat (score A) op het energielabel, en daarna pas naar het toerental. Het belang van een hoger toerental neemt af vanaf het ogenblik dat de machine 1200 toeren per minuut haalt. Bij 1000 toeren blijft 58 % vocht in de kleding zitten. Bij 1200 toeren 52 %, bij 1400 toeren 50 % en bij 1600 toeren 44 %. Kies een wasmachine op maat. De capaciteit van wasmachines voor huishoudelijk gebruik varieert van 6 kg tot 11 kg wasgoed. In principe wast een grote machine energiezuiniger, op voorwaarde dat u de wastrommel. Ga bij de aankoop ook na of de wasmachine is uitgerust met een kort programma voor niet erg bevuild of enkel op te frissen wasgoed. Extra energiezuinig is een hotfill wasmachine. Deze wasmachine wordt aangesloten op de warmwaterleiding en haalt het warme water van een gasgestookt warmwatertoestel of een zonneboiler. Daardoor verbruikt uw wasmachine 50 % minder elektriciteit. Deze optie is alleen maar mogelijk wanneer uw wasmachine is uitgerust met een aansluiting voor warm water en een aansluiting voor koud water. In aankoop zijn hotfill wasmachines vrij duur. Als alternatief bestaan er ook voorschakelapparaten die u aansluit op de warmwaterleiding van uw warmwatertoestel. In de hotfill mengkraan wordt het koude water gemengd met het warme water, zodat het op de ingestelde temperatuur naar de wasmachine gaat. De wastemperatuur kan dus nooit hoger zijn dan 60 °C. Een hotfill systeem loont alleen als uw wasmachine in de buurt van uw warmwatertoestel staat, anders gaat er te veel warmte verloren via de leiding.

Uw wasmachine slim gebruiken

  • Was met een volle trommel. Zo spaart u energie, water en wasmiddel. Bovendien zal uw wasmachine langer meegaan. De maximumcapaciteit die de fabrikant opgeeft, is het gewicht in kg van het droge wasgoed.
  • Was zoveel mogelijk op een lage temperatuur. U voorkomt slijtage van het wasgoed en spaart hopen energie. De huidige wasmiddelen krijgen uw kleding perfect schoon op 30, 40 of 60 °C. Sorteer dus goed uw wasgoed. Lagere temperaturen in combinatie met een langere wastijd geven hetzelfde wasresultaat, maar met minder energieverbruik.
  • Was af en toe een witwas op 90 °C om schimmels en bacteriën uit uw wastrommel te verwijderen. Anders gaat de machine na enige tijd muf ruiken. Ook in geval van ziekte of allergie is een hogere wastemperatuur aangewezen.
  • Schakel het korte programma in bij minder bevuild of op te frissen wasgoed. U wast dan sneller en op lagere temperatuur. Dat levert u een besparing op van 30 tot 40  %.
  • Voeg twee tot drie keer per jaar een ontkalkingsmiddel voor wasmachines toe als uw leidingwater veel kalk bevat.
  • Gebruik alleen een voorwas voor sterk bevuild wasgoed. Zonder voorwas bespaart u tot 15 % energie en water.
  • Reinig regelmatig de filter van uw wasmachine. Hierdoor verbruikt u minder energie en verlengt u de levensduur van uw wasmachine.
  • Was weinig bevuild wasgoed op een lagere temperatuur. Wassen op 40 °C i.p.v. op 60 °C kan u op jaarbasis 20 euro besparen. Was zelfs zoveel mogelijk op 30 °C. De huidige wasmiddelen krijgen ook op lagere temperaturen uw kleren perfect schoon.
  • Kies, indien mogelijk, voor een energiesparend programma. Zo verlengt u de wasduur, waardoor u extra vuile was toch op een lagere temperatuur kunt wassen.
  • Selecteer de ‘korte was’-functie (30 °C) als u het wasgoed enkel wil opfrissen
  • Gebruik milieuverantwoorde wasmiddelen. U herkent ze aan de Europese bloem (ecolabel). Let ook op de juiste dosering. Meer wasmiddel maakt uw was niet properder. Het zorgt voor extra spoelbeurten en dus voor meer waterverbruik.

Droogkasten / Droger

Uw was drogen in de tuin of op zolder is nog altijd het groenst en het zuinigst. Maar in ons klimaat zijn regenvrije dagen beperkt en biedt een droogkast uitkomst. Gelukkig zijn er vandaag ook energiezuinige droogkasten met energielabel A.
Droogkasten bestaan in verschillende types, ingedeeld volgens zuinigheid en manier van luchtafvoer.

  • De elektrische droogkast met luchtafvoer droogt uw was met warme lucht en blaast die vochtige lucht door een afvoer naar buiten. Daarom staat ze het best in een ruimte met voldoende luchtaanvoer. Dit type haalt meestal een energielabel C.
  • De elektrische condensatiedroger gebruikt ook warme lucht, maar koelt de waterdamp terug af en vangt het condenswater op in een reservoir dat u regelmatig moet leegmaken. Een condensatiedroger heeft dus geen luchtafvoer nodig. De beste condensatiedrogers halen een energielabel B.
  • De condensatiedroger met warmtepomptechniek is zuiniger. Dankzij een gesloten circuit met warmtewisselaar wordt de warmte gerecupereerd. Dat kost de helft minder elektriciteit dan lucht op te warmen met weerstanden. De warmtepompdroger haalt een energielabel A.
  • De aardgaswasdroger is van het type met luchtafvoer en gebruikt aardgas in plaats van elektriciteit om de lucht te verwarmen. De voordelen? De was wordt sneller droog (40 minuten tegenover 1.20 uur bij een klassieke droogkast), wat u een aanzienlijke tijdwinst oplevert. Bovendien is aardgas een goedkope en milieuvriendelijke energiebron, en dat merkt u beslist op uw energiefactuur. Gasdrogers leveren in veel gevallen een energiebesparing van 40 % op. Een aardgaswasdroger van een degelijk merk haalt een energielabel A. Het verschil met een elektrische droogkast is de installatie. Die laat u het best over aan een erkend aardgasinstallateur. U hebt immers een gasaansluiting nodig. Bovendien moet u een luchtafvoer naar buiten voorzien voor de verbrandingsgassen. Voor de aanschaf van een aardgaswasdroger informeert u het best bij fabrikanten/verdelers van warmwater- of verwarmingstoestellen op aardgas. Ook firma’s die industriële droogkasten verdelen, hebben vaak een aardgaswasdroger in hun gamma.


Het best kiest u voor de WARMTEPOMP DROGER, hoe werkt deze ?

In de compressor wordt een koudemiddel samengeperst. Bij dit proces komt warmte vrij. Droge warme lucht wordt in de trommel met wasgoed geblazen. Vochtige warme lucht verlaat de trommel en wordt langs het koudemiddel geleid. De lucht koelt af en condenseert. Het condenswater wordt opgevangen in een reservoir. Droge lucht gaat weer naar de compressor en de kringloop begint opnieuw.

Warmtepomp droger

Uw droogkast slim gebruiken

  • Droog zwaar wasgoed zoals handdoeken of jeans afzonderlijk. Voor synthetische stoffen vult u de droogkast slechts voor de helft, om kreukvorming te vermijden. Heeft uw droogkast bijvoorbeeld een capaciteit van 6 kg, dan kunt u er per droogcyclus 3 kg synthetische kledij instoppen.
  • Strijkt u het wasgoed achteraf? Dan moet het niet volledig droog zijn. Laat het vijf tot tien minuten in de droogkast drogen en spreidt het daarna uit. Zo wordt het mooi glad en moet u het nauwelijks strijken. Bepaalde toestellen hebben trouwens een specifiek programma, waarbij het wasgoed enkel kort wordt ‘voorgedroogd’.
  • Droogkast met luchtafvoer Zorg voor een muurdoorvoer naar buiten, op maximum een meter hoogte. Plaats een terugslagklep op de buitenmuur om te vermijden dat lucht van buitenaf terugstroomt in uw droogkast. De afvoerbuis moet minder dan twee meter lang zijn. Zo vermijdt u dat de warme vochtige lucht condenseert. Controleer of de afvoerbuis niet gekneld zit. Voor een goede werking mag ze hoogstens twee bochten maken. Sommige droogkasten hebben drie uitgangen (rechts, links en achteraan het toestel) voor een makkelijke installatie.
  • Droogkast met condensatie Plaats uw droogkast in een ruimte van minstens 9 m². Een omgevingstemperatuur tussen 5 °C en 20 °C is ideaal. Verlucht de kamer door een deur of een raam te openen. Maak het waterreservoir bij elk gebruik leeg en kijk of het goed is geplaatst. Reinig de condensor één keer per maand onder stromend water.
  • Een droogkast is één van de grootste energievreters onder de huishoudtoestellen. De goedkoopste manier om uw wasgoed te drogen is nog altijd de wasdraad.
  • Koop een droogkast met dezelfde capaciteit als uw wasmachine. Zo kan de hele was tegelijk in de
    droogkast.
  • Kies een droogkast waarbij u het vochtgehalte kunt instellen en die stilvalt wanneer het wasgoed voldoende droog is. Zo voorkomt u onnodig verbruik.
  • Centrifugeer op een zo hoog mogelijk toerental (afhankelijk van het materiaal van de kleding). Uw wasgoed moet dan minder lang in de droger. Zwieren in de wasmachine kost veel minder energie dan drogen in de droogkast. U verbruikt al gauw 20 tot 25 % minder
    droogenergie per jaar.
  • De droogkast werkt het zuinigst als ze de warme, vochtige lucht goed kwijt kan. Maak daarom de pluizenfilter na elke droogbeurt schoon. Anders ontstaat er ongewenste ‘isolatie’. U bekomt een betere luchtdoorstroming en een hoger rendement.

tabel_energieverbruik_wasdrogers_droogkasten

Koelkasten

Uw koelkast werkt dag en nacht, het hele jaar door. Wanneer u bij de aankoop let op het energieverbruik, bespaart u geld vanaf de eerste dag dat u ze in dienst hebt. Moeilijk is het niet om een energiezuinig toestel te kopen. Sinds juli 2012 vindt u in de winkel alleen nog koelkasten en diepvriezers met een A-label of beter.

Nieuwe koelkasten zijn zuiniger dan vroeger dankzij intelligente elektronica en verbeterde isolatiematerialen en compressoren.

  • Koop een koelkast met energieklasse A+++. Het verbruik ligt bijna 50 % lager dan een vergelijkbaar toestel in klasse A+. Hoewel een A+++-koelkast iets duurder is in aankoop, bespaart u jaarlijks 30 tot 50 euro op uw energierekening vergeleken met uw oude koelkast. Vergelijk bij uw keuze het jaarlijkse verbruik in kWh dat op het energielabel staat.
  • Bepaal het volume (aantal liter) van uw nieuwe koelkast in functie van: het aantal personen (reken 100 liter voor één persoon en 50 tot 60 liter per bijkomende persoon)

-    het aantal maaltijden per week dat u thuis gebruikt
-    het tempo waarmee u uw koelkast vult
-    de hoeveelheid verse en/of diepgevroren producten
-    de manier van koken: elke dag of voor verscheidene dagen enz.

  • Let op de klimaatklasse van uw toestel. U kunt een koelkast op verschillende plaatsen in uw huis neerzetten, maar niet elke koelkast is geschikt voor elke plaats. Onderstaande tabel toont het verschil in klimaatklassen. In België en Nederland zijn enkel SN- en N-klasse van toepassing.

Klimaatklasse koelkast

  • Kies een koelkast in functie van uw behoeften. U vindt koelkasten in verschillende uitvoeringen en vaak met meerdere temperatuurzones.

-    Een koelkast met één deur bestaat uit een koelgedeelte (voor verse levensmiddelen) en eventueel een vriesvak.
-    Een koelkast met twee deuren bestaat uit twee vakken: een koelgedeelte en een diepvriesgedeelte (drie of vier sterren). Sommige toestellen hebben twee motoren, waardoor het mogelijk is de temperatuur van de twee delen apart te regelen.
-    Een meerzonekoelkast heeft drie tot vier verschillende temperatuurzones: een kelderzone (van 5 tot 15 °C), een gewone koelzone (4 °C), een vershoudzone (van 0 tot 1 °C) en een vrieszone. Daarmee beschikt u over aangepaste bewaarmogelijkheden voor deverschillende voedingsmiddelen. Indien u al een diepvriezer hebt, is het niet noodzakelijk om een koelkast met een vriesvak te hebben. Koelkasten zonder vriesvak zijn zuiniger dan combitoestellen.

sterren koelkast vertellen over vriesvak temperatuur

Uw koelkast slim gebruiken

 

  • Hoort u heel vaak of constant de compressor van uw koelkast draaien? Dan verbruikt uw toestel te veel energie. Kijk na of de rubberen dichting van uw koelkastdeur nog correct sluit. Als test steekt u een blad papier tussen de rubberen dichting. Trek het blad terug. Voelt u weerstand, dan is de sluiting nog in orde. Is er geen weerstand, dan is het rubber aan vervanging toe.
  • Hou in de gaten of er zich in uw koelkast (op de achter- of bovenwand) geen ijslaagje vormt. IJs is een isolator en belemmert de afvoer van warme lucht. Daarom zal de koelkast meer verbruiken om de gewenste temperatuur op peil te houden. Mogelijk gaat er iets mis met het automatisch ontdooisysteem.
  • De gemiddelde levensduur van een koelkast is dertien jaar. Wist u dat de verbruikskosten gedurende de volledige levensduur vaak hoger liggen dan de aankoopprijs? Met een energiezuinig model kunt u na dertien jaar met het uitgespaarde geld een nieuw toestel kopen.

Hoe zuinig koelen?

 

  • Laat de koelkastdeur niet te lang open. In een gezin met vier personen gaat de koelkast gemiddeld 50 keer per dag open. Voor elke minuut die de deur openstaat, heeft de koelkast drie minuten nodig om weer af te koelen en dat kost extra energie.
  • De ideale bewaartemperatuur in een koelkast is 4 °C, in het vriesvak -18 °C. Een lagere temperatuur kost onnodig energie. Bij een hogere temperatuur zal voedsel snel bederven. Leg een thermometer in een bakje water in het midden van de koelkast om de temperatuur in de gaten te houden.
  • Vertrekt u voor twee weken of langer op reis? Schakel de koelkast uit en laat de deur open.
  • Een inbouwtoestel verbruikt vaak meer, vooral wanneer er onvoldoende ruimte is tussen het toestel en de omringende wanden. De warmte van de compressor en de condensor moet voldoende kunnen evacueren om een goede koeling te garanderen.
  • Vergeet tijdens de lenteschoonmaak de achterkant van uw koelkast niet af te stoffen (of het verluchtingsrooster bij een inbouwmodel). Door een goede luchtcirculatie wordt uw koelkast minder warm en is ze zuiniger met energie.

Diepvriezers

Nog niet zo lang geleden pekelden, konfijtten, droogden of rookten onze grootouders voedsel om het langer te bewaren. Vandaag leggen we ons voedsel gewoon in de diepvriezer. Een leven zonder diepvriezer kunnen we ons nauwelijks nog voorstellen.

De juiste keuze

  • Er zijn twee types op de markt: horizontale diepvriezers of kistmodellen (van 125 tot meer dan 650 liter) en verticale diepvriezers of kastmodellen (van 50 tot 500 liter).
  • Een kistmodel verbruikt minder energie dan een kastmodel en heeft meer nuttige inhoud. Een kastmodel met laden vergemakkelijkt het schikken. U vindt uw diepvriesproducten ook snel terug.
  • Het volume van uw diepvriezer is afhankelijk van het aantal gezinsleden en van het feit of u vaak eigen producten invriest. Bewaart u uitsluitend diepgevroren producten, dan volstaat 50 tot 80 liter nuttige inhoud per persoon. Als u regelmatig verse producten zoals vlees, vis, groenten, brood, zelfbereide soep …    invriest, reken dan 100 tot 130 liter per persoon.
  • dieprvriesEen belangrijk criterium voor de keuze van uw diepvriezer is de koeltechniek. Die bepaalt het energieverbruik en de manier van ontdooien. Een conventionele diepvriezer met statische koeling moet u ongeveer tweemaal per jaar manueel ontdooien. Let er bij de aankoop op dat u het dooiwater gemakkelijk kunt opvangen. Bij een ‘no-frost’-systeem is ontdooien niet meer nodig. Een ventilator stuwt koude droge lucht door de vriesruimte, zodat zich geen dikke rijplaag kan vastzetten. U zult ook geen last hebben van geurtjes en uw diepgevroren producten kleven niet aan elkaar. Deze toestellen zijn duurder in aankoop en hebben een iets hoger elektriciteitsverbruik. Een diepvriezer met ‘Multi Airflow’, ook wel ‘all-frost’ genoemd, verdeelt de koude lucht gelijkmatig over de gehele diepvriezer. De temperatuur is overal gelijk en u kunt in elke lade invriezen. Een ‘low-frost’-diepvriezer is energiezuiniger dan een ‘no-frost’. De temperatuur is homogener dan bij statische koeling en er vormt zich 80 % minder ijs op de binnenwanden. Ontdooien moet u dan ook minder snel doen.

Uw diepvriezer slim gebruiken

Hoe vries ik het best levensmiddelen in?
Levensmiddelen invriezen kan enkel in diepvriezers met vier sterren. Het moet vooral snel gebeuren. Sommige diepvriezers hebben een ‘supervriestoets’ waarmee u grote volumes in één keer kunt invriezen. Die toets moet u dan wel 24 uur vooraf instellen. Hou altijd rekening met de maximale invriescapaciteit van het toestel en overschrijd die niet.
Hoe ontdooi ik het best mijn diepvriezer?
Hier geldt de regel: doe het snel! Zo is achteraf minder energie nodig om alles terug op de gewenste temperatuur te krijgen.
Zo gaat u te werk

  • Schakel het toestel uit en wikkel het voedsel in een dik deken of zet het in een bak buiten in de vrieskou.
  • Plaats een kom met warm water in de diepvrieskast en sluit de deur. Zo kan de binnenkant opwarmen en smelt de ijslaag. Gebruik geen scherpe hulpmiddelen, ze beschadigen het toestel!
  • Maak de diepvriezer schoon, schakel het toestel opnieuw in en plaats het voedsel terug.

Waarom verbruikt een volledig gevulde diepvriezer minder energie dan een half- volle?
Wanneer u de diepvriezer opent, stroomt koude lucht naar buiten en komt warme, vochtige lucht naar binnen. Die warme vochtige lucht koelt af. Het vocht condenseert en vriest aan, waardoor zich een ijslaagje vormt. Hoe meer lucht zich in de diepvriezer bevindt, hoe meer moet worden gekoeld, hoe sneller de ijslaag zich vormt, hoe meer ener- gie het toestel nodig heeft.

Hoe zuinig diepvriezen?

  • Een grote diepvriezer verbruikt per liter inhoud minder dan een klein model. Op voorwaarde dat het toestel volledig is gevuld.
  • Diepvrieskoffers verbruiken ongeveer 15 % minder stroom dan diepvrieskasten met dezelfde inhoud en energieklasse.
  • Plaats uw koel- en vriesapparatuur niet te dicht bij een warmtebron zoals een fornuis, een vaatwasmachine, een radiator, invallende zonnestralen enz. Plaats uw diepvriezer bij voorkeur in een niet-verwarmde ruimte zoals een kelder. Een warmere omgeving betekent meer energieverbruik.
  • Laat warme bereidingen op kamertemperatuur afkoelen en parkeer ze eerst een uurtje in de koelkast alvorens in de diepvriezer te leggen.
  • Ontdooi diepvriesproducten in de koelkast. De kou wordt door de koelkast benut om te koelen. De ontdooifunctie van uw microgolfoven werkt sneller, maar is energie-onvriendelijker.
  • Ontdooi uw diepvriezer een- tot tweemaal per jaar. Elke ijslaag van 2 mm veroorzaakt een isolatielaag waardoor u 10 % meer energie verbruikt.

Vaatwassers

Geen vuile borden meer op het aanrecht. Een vaatwasser doet het werk voor u. Bijna 50 procent van de huishoudens heeft er een. Nieuwe vaatwassers zijn zuinig, stil en intelligent. Ze verbruiken minder water en energie dan tien jaar geleden. Vandaag doen de zuinigste programma’s het met zeven liter water en 0,83 kWh. Zo’n 50 procent energiezuiniger!

De juiste keuze
Een doordachte aankoop blijft belangrijk. Zeker als u het energie- en waterverbruik van uw vaatwasser wil beperken. Let daarom op het energielabel. Energiezuinige vaatwassers zijn bij aankoop vaak iets duurder dan minder zuinige modellen van hetzelfde formaat, maar in gebruik zijn ze goedkoper omdat ze minder stroom gebruiken.
Programma’s en opties
Nieuwe vaatwassers hebben sensoren die precies bijhouden welke temperatuur nodig is, hoeveel kalk er in het water is enzovoort. De meeste modellen hebben vier tot zes programma’s:

  • Voorspoelprogramma: koud water. Het voorkomt dat etensresten aankoeken, als een volledig programma nog niet nodig is.
  • Normaal programma: 55° - 65°.
  • Autoprogramma: 50° - 70°. Past temperatuur, watergebruik en programmaduur automatisch aan de bevuiling van de vaat aan.
  • Ecoprogramma: ongeveer 50°. Duurt langer dan een normaal programma, maar gebruikt minder energie door de lagere temperatuur.
  • Intensief programma: 70° - 75°. Voor zwaar bevuilde vaat met potten en pannen.
  • Kort programma: 40° - 45°. Nuttig voor licht bevuilde vaat. Duurt ongeveer dertig minuten en wast op een lagere temperatuur.

Naast de standaardprogramma’s vindt u vaak ook volgende opties

  • Antibacterieel. De spoelfase wordt aangevuld met een cyclus op hoge temperatuur en het drogen gebeurt aan meer dan 70 °C. Ideaal voor het reinigen van zuigflessen en snijplanken.
  • Intensieve vaatwasser zuinig zone. Met 20 % extra druk op uw vuile potten en pannen in de onderste korf terwijl de brozere vaat in de bovenste korf in alle zachtheid wordt gewassen.

Groot of klein?
Vaatwassers zijn er in drie verschillende afmetingen: standaard, smal of compact. Een standaardmodel is 60 cm breed en biedt plaats voor
12 couverts. Er zijn ook toestellen met dezelfde buitenafmeting voor 13 of 14 couverts. De vaat wordt hier dichter naast elkaar geplaatst.
Bent u alleen of hebt u weinig ruimte in de keuken, dan is er een smalle vaatwasser van 45 cm breed, met een capaciteit van 9 couverts. Of u kiest voor de compacte versie met de afmetingen van een inbouwoven. Een compacte vaatwasser van 45 cm hoogte kan 6 couverts aan. In vergelijking met een standaard vaatwasser verbruikt een smal of compact toestel veel water en energie voor minder couverts. Er zijn tegenwoordig modellen op de markt die hun energie- en waterverbruik automatisch aanpassen aan de hoeveelheid vaat, en zelfs aan de bevuilingsgraad.

Wat is een couvert?
Een couvert is het servies dat één persoon gemiddeld gebruikt bij een driegangenmenu. 13 couverts komt overeen met 150 stukken vaat.

per persoon    1 soepbord,1 eetbord,1 dessertbord, 1 koffiekop, 2 schoteltjes, 1 glas, 1 mes, 1 vork, 1 lepel, 1 dessertlepel, 1 koffielepel
per maaltijd    1 ovale schotel, 2 ronde schotels, 1 schaal, 1 opdienvork, 1 opdienlepel, 1 sauslepel

Hoe energiezuinig droogt een vaatwasser?
Een goede vaatwasser droogt uw vaat zonder strepen en druppels. Afhankelijk van uw keuze is het toestel uitgerust met een condensatie-, ventilatie- of zeoliet-droogtechniek, waarbij de laatste de meest energiezuinige is. Bij de condensatiedroogtechniek slaat de aanwezige waterdamp neer tegen de koude binnenwand van de vaatwasser. Het condenswater wordt onderaan opgevangen in een opvangbakje. Laat na afloop van het programma de vaatwasser even openstaan. Zo kan de resterende stoom ontsnappen. Uw vaat wordt dan perfect droog en koelt sneller af. Nieuwe vaatwassers hebben een warmtewisselaar die de wanden geforceerd koelt zodat de droogcyclus sneller verloopt. Vaatwassers met ventilatiedroogtechniek zijn uitgerust met een ventilator die de warme vochtige lucht van het toestel in de keuken blaast. Als u de vaatwasser na de wasbeurt openmaakt, komt er minder stoom uit dan bij de condensatiedroogtechniek Een vaatwasser met zeoliet-droogtechniek droogt de vaat na het spoelen met behulp van zeoliet, een poreus mineraal van vulkanische oorsprong. Zeoliet heeft het natuurlijke vermogen om vocht op te slaan en hitte af te geven. Een speciaal bakje onderin de vaatwasser bevat ongeveer één kilo zeolietkorrels. Als er aan het eind van de spoelcyclus stoom door dat bakje gaat, neemt het zeoliet het vocht volledig op. Wat overblijft is hete, droge lucht die wordt teruggevoerd naar het interieur van de vaatwasser en daar het droogproces aanzienlijk versnelt.

Uw vaatwasser slim gebruiken

  • Controleer de sproeiarmen vóór u het programma start. Deze moeten ongehinderd kunnen draaien. De hoge druk waarmee het water door de kleine gaatjes van de sproeiarmen spuit, zorgt ervoor dat deze ronddraaien en het water in de hele binnenruimte verspreiden.
  • Zorg ervoor dat alle voorwerpen goed kunnen afdruipen. Als ergens water blijft staan, belemmert dat het droogproces.
  • Plaats alle borden en kommen stabiel in de rekjes, met de opening naar beneden. In de ondermand plaatst u de grotere en meest bevuilde vaat. In de bovenmand plaatst u de kleinere of breekbare vaat.
  • Steeds meer mensen kiezen voor de all-in-one- vaatwastabletten. Ze bevatten zowel wasmiddel, glansspoelmiddel als zout. Zout dient om het water te ontharden. Glansspoelmiddel is nodig tijdens het spoelen. Het nadeel van zo’n vaatwastabletten is dat de machine niet kan bepalen wanneer welk product nodig is. Sommige toestellen compenseren dat met een extra lange spoel- en droogbeurt.
  • Voor een snelprogramma gebruikt u beter een afwasmiddel in poedervorm. Door de kortere duur en de lagere temperatuur van de afwascyclus lossen tabletten soms niet volledig op.

Hoe zuinig afwassen?

  • Zet uw vaatwasser pas aan als hij volledig is gevuld. Wie correct stapelt, krijgt meer vaat in de machine en moet dus minder vaak afwassen. Een goed gevulde vaatwasser gebruikt minder energie voor eenzelfde hoeveelheid vaat dan wanneer u de afwas met de hand doet.
  • Verwijder etensresten met keukenpapier. Een voorspoelprogramma is dan niet nodig.
  • Kies een programma met lagere temperatuur voor weinig bevuilde vaat.
  • Reinig regelmatig zeef en filter.

Kooktoestellen

Nieuwe kooktoestellen zorgen voor kwaliteit op ons bord. Met een stoomoven bijvoorbeeld, blijft de volle smaak van het voedsel bewaard. Voor wie graag snel en energiezuinig kookt, is er de microgolfoven en de inductiekookplaat.

De juiste keuze Kookplaten
De kookplaat is de basisuitrusting van elke keuken. Om te koken hebt u gas of elektriciteit nodig. Bekijk eerst welke aansluitingen in uw keuken beschikbaar zijn. Ook het vermogen van uw stopcontacten is belangrijk. Uw keuze wordt niet alleen bepaald door de energiebron, ook budget
en kookgewoontes spelen een rol.
Elektrisch koken

inductie kokenVitrokeramische kooktafels hebben meestal vier afgelijnde kookzones. De warmteproductie gebeurt door ingewerkte weerstanden (warmtegeleiding) of door halogeenlampen (warmtestraling). Halogeenzones warmen sneller op en koelen sneller af. De bereiding komt vlug op de juiste temperatuur en er gaat achteraf minder warmte verloren. Inductiekookplaten Inductiekookplaten verschillen uiterlijk nauwelijks van hun vitrokeramische broertjes. Toch is hun werking helemaal anders. Inductiekookvelden werken op basis van een elektromagnetisch veld. De warmte wordt opgewekt in de bodem van de kookpan zelf. Pot- of panbodem moet dus vervaardigd zijn uit magnetisch materiaal. Alleen als er een kookpan met ferromagnetische bodem op de kookzone staat, is er warmteontwikkeling. Het glas van de vitrokeramische plaat warmt niet op, tenzij een beetje door geleiding van de warme kookpan naar de kookplaat.

Wat zijn de voordelen van inductiekoken?

De opwarmfase gebeurt erg snel en verkort het hele kookproces. U kunt de temperatuur precies en ogenblikkelijk aanpassen en bespaart 40 tot 60 % energie ten opzichte van andere kooktoestellen. Omdat de oppervlaktetemperatuur van het glas beperkt blijft, branden voedselresten op de kookplaat niet in, wat het reinigen vergemakkelijkt. Inductiekookplaten hebben een rendement van 80 tot 90 %, tegenover een rendement van 55 tot 60 % bij klassieke vitrokeramische kookplaten en 50 % bij een gaskookplaat. Bij deze laatste komt niet alle warmte in de kookpot maar ook in de omgeving terecht.

koken op aardgasKoken met aardgas
Alle grote chefs koken met aardgas! Wanneer u aardgas in huis hebt, beschikt u over de zuinigste energie om te koken. Moderne gaskookplaten zijn snel, veilig en eenvoudig te bedienen. U kunt ze heel precies regelen. Een thermokoppelbeveiliging stopt de aardgastoevoer automatisch als de vlam dooft. Kies kookplaten op maat van uw gezin. Er is een ruime keuze van branders: spaarbrander (1 kW), normale bran-
der (1,7 kW) of een sterke brander (3 kW). Een wokbrander met dubbele vlamringen (tot 5 kW) wokt 15 % sneller dan een gewone brander.

Ovens


Inbouwovens werken meestal elektrisch. Hun thermostatische regeling en hun perfecte isolatie (als ze een A-label dragen!) staan garant voor een minimaal verbruik. Aan u om altijd de juiste temperatuur in te stellen.


Elektrische ovens
ovensKoken met stoom is een methode die toelaat om weinig of geen vetstof te gebruiken. Omdat de gerechten niet rechtstreeks met water in aanraking komen, blijven voedingsstoffen, maar ook kleur en vorm, goed bewaard. Een stoomoven met atmosferische druk is een oven waarin u - naast bakken en braden - ook kunt stomen. Stoomovens met overdruk zijn energiezuiniger en vergelijkbaar met de drukkookpan die u op een kookplaat gebruikt. Een conventionele oven heeft bovenaan en onderaan weerstanden die een statische stralingswarmte afgeven. In dergelijke ovens is de plaats van het gerecht belangrijk. Dat geldt veel minder voor heteluchtovens waar u ge- rechten op verschillende niveaus tegelijk kunt bereiden. Ze hebben een ingebouwde ventilator die de warme lucht in de oven blaast. Ze warmen snel op, hebben een betere warmtespreiding en bereiken daardoor een vergelijkbaar kookresultaat op een lagere temperatuur. Een multifunctionele oven ten slotte is uitgerust met boven- en onderwarmte, met een grill, met een ventilatie en al of niet met een microgolffunctie.

Gasovens
Grillen, gratineren, braden, het kan ook allemaal in een gasoven. Gasovens zijn zowel in aankoop als in verbruik goedkoper dan elektrische ovens. Er zijn twee systemen: natuurlijke en mechanische convectie. Beide ovens hebben boven- en onderaan een verwarmingselement, wat
een natuurlijke luchtcirculatie geeft. Gasovens met mechanische circulatie hebben een ventilator in de achterwand die de warmte gelijkmatig verdeelt. Daardoor kunt u gerechten op verschillende niveaus bereiden. Gasovens zijn snel op temperatuur. Voorverwarmen is dus niet nodig. Ze geven een uniforme ‘vochtige’ warmte af. Gerechten drogen daardoor minder uit en blijven lekker sappig. Het ovenvolume varieert tussen 40 en meer dan 100 liter.

Microgolfovens / Magnetron
Veel mensen gebruiken een microgolfoven enkel om voedsel op te warmen of te ontdooien. Maar hij biedt heel wat meer mogelijkheden. U kunt er alles in garen: rauwe groenten, aardappelen, sauzen, vis, kip … Microgolven horen thuis in het gamma van golven zoals die van radio, tv en radar. Doordat ze zich razendsnel voortbewegen, doen ze de moleculen van het voedsel bewegen of trillen en ontstaat er wrijving (leeswarmte). De microgolven dringen langs alle kanten tot 2,5 cm diep het voedsel binnen, zonder de moleculen te veranderen. Naast enkelvoudige microgolfovens zijn er ook combinatiemicrogolfovens. Die combineren de microgolffunctie met weerstanden. Klassieke gerechten zoals gebraden kip of rosbief zijn 50 % sneller gaar en krijgen een mooi korstje. U spaart tijd en energie.

Kooktoestellen slim gebruiken


Kookplaten

  • Elektrisch koken vereist goede kookpannen: een goed sluitend deksel en een volkomen vlakke, niet vervormbare bodem. Een eenvoudige test geeft zekerheid: breng wat water aan de kook. Indien er zich gelijkmatig over héél de bodem kleine luchtbelletjes vormen, is de kookpan geschikt voor elektrisch koken.
  • Ook inductiekoken vereist de juiste kookpannen. Doe de test en houd een magneet onder de bodem van de pan. Als de magneet wordt aangetrokken is de pan geschikt voor een inductiekookplaat.
  • Gebruik zoveel mogelijk een deksel op uw kookpan en zet aardappelen slechts voor een derde onder water. Zo kookt u sneller en zuiniger en gaan er minder vitaminen verloren.

Microgolfovens / Magnetrons

  • Installeer uw microgolfoven op werkbladhoogte zodat u de gerechten gemakkelijk kunt controleren en omroeren.
  • De bereidingstijden in een microgolfoven zijn heel kort en u moet nauwelijks water toevoegen. De bereidingstijd hangt af van:

-    de hoeveelheid voedsel. Hoe meer gewicht u in de schaal legt, hoe meer gaartijd er nodig is. Bijvoorbeeld één aardappel vraagt 4 minuten, twee aardappelen zijn gaar in 7 minuten.
-    de schikking in de schotel. Leg de dikste en meest compacte stukken naar de buitenkant, dan zijn ze vlugger gaar. Snij de ingrediënten in gelijke stukken, niet groter dan 3 cm.

  • Roer af en toe (van de buitenkant naar de binnenkant) om de warmtegeleiding een handje toe te steken. Draai diepgevroren en vaste levensmiddelen om na de helft van de tijd.
  • Koken in een microgolfoven vergt een aparte techniek en aangepaste recipiënten die goed de golven doorlaten. Hittebestendig glas en hoogwaardige kunststoffen zijn heel geschikt. Metaal is uit den boze, het weerkaatst de golven en kan de magnetron beschadigen.
  • Microgolfovens hebben doorgaans een nuttig vermogen (kookkracht) tussen 700 en 1 000 watt. Het kookproces verloopt sneller naarmate het vermogen hoger is.

Meestal vindt u volgende onderverdeling:

onderverdeling magnetrons microgolfovens

Ovens

  • Een stoomoven is niet alleen ideaal om snel verschillende gerechten te garen. In een stoomoven kunt u ook zuigflessen steriliseren, borden voorverwarmen, voedsel ontdooien en opwarmen. Een stoomoven moet u af en toe ontkalken. Deze procedure is volledig geautomatiseerd en duurt ongeveer een half uur.

zuinig met de oven

  • Sommige ovens hebben een extra thermische sonde die de temperatuur meet binnenin het voedsel. Wanneer de vooraf ingestelde temperatuur in uw rosbief bijvoorbeeld is bereikt, zal de oven automatisch stoppen. Op die manier zal uw vlees ook vanbinnen lekker gaar zijn en bespaart u energie. De in te stellen temperatuur is afhankelijk van het type bereiding en het gewenste resultaat.
  • Een oven reinigen kan op vier manieren: met de hand, door hydrolyse, katalyse of pyrolyse.
    -    Bij hydrolyse moet u de oven reinigen na elk bevuild gebruik. Laat de oven eerst afkoelen tot kamertemperatuur en verwijder bakblikken. Giet wat water gemengd met afwasmiddel op de bodemplaat van de oven en schakel het reinigingssysteem in. Na 4 minuten opwarmen volgt een inwekingscyclus van ongeveer 17 minuten. Nadien verwijdert u het losgeweekte vuil met een spons.
    -    Ovens met katalyse zijn zelfontvettend. Vetspatten worden door oxidatie afgebroken tijdens de bereiding zelf, bij een temperatuur hoger dan 200 °C. Na het bakken laat u de oven best nog een kwartiertje draaien om de katalysewanden te regenereren.
    -    Bij pyrolyse wordt de oven na de bereiding verwarmd tot 500 °C. Alle aangekoekte verbrandingsresten worden tot as herleid. Het volstaat om het fijne witte stof met een vochtige spons te verwijderen. Afhankelijk van de bevuilingsgraad is een pyrolysereiniging nodig na ± 7 braadbeurten.

Hoe zuinig koken en bakken?


Kookplaten

  • Denk niet dat uw bereiding pas gaart als er veel damp uit de kookpot komt. Water kookt bij een temperatuur van 100 °C. Extra warmte toevoegen heeft geen zin. Het water zal sneller verdampen, maar blijft op 100 °C.
  • Kookpotten van een goede kwaliteit hebben een vlakke bodem en geleiden goed de warmte, waardoor er minder energie nodig is.
  • Koken zonder deksel verbruikt veel meer energie dan koken met een deksel. Kook dus alleen zonder deksel als dat echt nodig is voor de bereiding.
  • Stem de grootte van uw kookpannen af op de inhoud en op de grootte van uw kookplaat.
  • Kookt u met gas? Zorg ervoor dat de vlam niet buiten de kookpan reikt, anders gaat veel energie verloren.
  • Maak gebruik van de restwarmte door de kookplaat vroeger uit te schakelen. De bereiding gaart nog even verder met de restwarmte.
  • Een goed onderhoud verlengt de levensduur van uw kookapparaten.

Ovens

  • Goed geïsoleerde ovens verbruiken merkelijk minder dan andere. Let erop bij aankoop. Een goed geïsoleerde ovendeur heeft meestal dubbel of driedubbel glas. Daardoor blijft de temperatuur aan de buitenkant lager en lopen kinderen minder gevaar.
  • Voor veel bereidingen hoeft u niet te wachten tot de oven volledig op temperatuur is. Tijdens de opwarming van de oven wordt de bereiding al voorverwarmd.
  • Een heteluchtoven is sneller op temperatuur en heeft een grotere warmtespreiding. Dat scheelt in het energieverbruik. Als u gebruik maakt van een heteluchtoven, zet er dan ook andere gerechten bij. Die hoeft u dan niet meer op de kookplaat te bereiden.
  • Open de oven zo weinig mogelijk.
  •  Maak optimaal gebruik van de restwarmte. Schakel de oven vroeger uit.
  • Denk na over de plaatsing van uw oven. Zet hem nooit naast een koelkast of een diepvriezer of - als het niet anders kan - zorg dan voor een doorgedreven isolatie tussen beide toestellen.
  • De kooktijd in een stoomoven hangt niet af van de hoeveelheid voedsel. Bijvoorbeeld vier aardappelen zijn even vlug gaar als twaalf aardappelen.

Microgolfovens / magnetrons

  • Gerechten uit de microgolfoven garen nog 5 tot 10 minuten na, of ontdooien nog verder. Bijvoorbeeld een diepvrieskip van 1 kg ontdooit u in vier stappen: 5 min. op 180 W, 5 min. rust, 5 min. op 180 W en 5 min. rust.
  • Recipiënten die opwarmen in de microgolfoven, slorpen zelf energie op. Een hoger energieverbruik is het resultaat. Hoe warmer het recipiënt, hoe minder geschikt voor gebruik in de microgolfoven. Om een recipiënt te testen, zet u het leeg naast een andere bereiding (een microgolfoven mag immers nooit ‘leeg’ werken) en u controleert na enkele minuten de temperatuur van het recipiënt.
  • Kleine hoeveelheden vloeistof worden zuiniger opgewarmd in de microgolfoven. Grote hoeveelheden verwarmt u het best op een kookplaat.

Televisie, multimedia en entertainment

Televisie kijken op de laptop, surfen op uw mobiele telefoon, ‘gamen’ op het tv-toestel …    u kent het inmiddels wel. Nieuwe technologieën zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Toch willen we even stilstaan bij het sluip- verbruik van die entertainers.

De juiste keuze

  • We zitten gemiddeld vier uur per dag voor een tv- scherm en dat vergt stroom. Het loont dus om na te denken over de aanschaf van het juiste scherm. Sinds 2012 is het energielabel op nieuwe televisies verplicht en dat maakt onze keuze gemakkelijker.
  • Vergelijk bij de aankoop van een nieuw tv-toestel het energieverbruik, ook in stand-by. Toestellen met een goed bereikbare aan/uit-knop of een extreem laag stand-byverbruik genieten uiteraard de voorkeur.
  • Let op: de gegevens op het energielabel zijn gebaseerd op de fabrieksinstellingen (‘home mode’) en leveren niet noodzakelijk een optimale beeldkwaliteit op. Als u die instellingen aanpast, neemt het verbruik vaak toe. Zo verbruiken bepaalde plasmaschermen met optimaal aangepaste beeldinstellingen 40 tot 100 watt meer dan in ‘home mode’. Bij LCD-schermen bedraagt dat verschil gemiddeld 10 watt.
  • Sinds de TFT-technologie kunt u alle schermen vanuit een bijna 180°-hoek even scherp bekijken.
  • LED-schermen zijn het zuinigst, gevolgd door LCD en dan plasma. Een 50 inch-scherm bijvoorbeeld heeft een gemiddeld vermogen van 71 watt (LED), 112 watt (LCD) tot 162 watt (plasma).
  • Koop een tv-toestel met aangepaste schermgrootte. Hoe groter het beeldscherm, hoe meer het zal verbruiken in dezelfde type technologie.
  • Kies een apparaat met Energystar-label. Zo’n toestel werkt met powermanagement waardoor het energiezuiniger is dan apparaten zonder keurmerk.
  • Toestellen met een Energystar-label hebben een stand-byverbruik van nauwelijks 0,3 watt per uur, wat overeenkomt met een halve euro per jaar.

tv energielabel energy star stereoSlim gebruiken

  • Wijzig de fabrieksinstellingen en stel uw tv-toestel energiezuinig in via het menu ‘Instellingen’. Dat is nuttiger dan meerdere keren per dag op het aan- en uitknopje te drukken.
  • Ook de helderheid en het contrast zijn standaard aan de hoge kant ingesteld. Pas ze aan in functie van de lichtsituatie. Minder helderheid en minder contrast bespaart energie. Staat uw toestel in een donkere omgeving, dan volstaat een wat mindere helderheid en contrast.
  • Een decoder voor digitale televisie verbruikt vrij veel stroom, zelfs in stand-by. Kijk na of u via het menu een lager energieverbruik kunt instellen. Zo niet, schakelt u de decoder best uit met de aan/uit-knop als u geen tv kijkt of geen opnames hebt gepland. Hou nadien wel rekening met een langere opstarttijd. Sommige toestellen hebben een energiezuinige (stand-by)modus die het sluipverbruik aanzienlijk vermindert.
  • Een ouder televisietoestel verbruikt in stand-by gemiddeld 8 watt per uur. Als u de tv altijd volledig uitschakelt (tijdens 20 uur per dag), kunt u 11 euro per jaar uitsparen.

Weg met sluipverbruik

Veel elektrische apparaten blijven stiekem elektriciteit verbruiken, ook als ze niet actief in werking zijn. We spreken dan over stand-byverbruik of sluipverbruik. Tot 10 procent van het elektriciteitsverbruik in de woning is sluipverbruik! De meest courante voorbeelden zijn televisietoestel, dvd-speler, computer ... Hun stille verbruikers (lampjes en tijdsaanduidingen) verbruiken dag en nacht energie. Andere toestellen verbruiken (onnodige) stroom, ook al lijken ze volledig uitgeschakeld. Het koffiezetapparaat bijvoorbeeld of een gsm-oplader in het stopcontact. Voor een doorsnee gezin kan het sluipverbruik al snel oplopen tot 100 euro per jaar. Kosten die u met enkele kleine handelingen kunt terugschroeven.

Het sluipverbruik van enkele toestellen

Video
Een videotoestel verbruikt in stand-by gemiddeld 15 watt per uur om het intern geheugen te voeden. Dat is goed voor ongeveer 20 euro per jaar. Zuinige toestellen slaan de informatie op in een apart geheugen dat nauwelijks stroom verbruikt.
Computer
Een moderne computer verbruikt gemakkelijk vijf keer meer energie dan een televisietoestel. Dat komt omdat hij niet alleen is uitgerust met een beeldscherm, maar ook met een constant draaiende ventilator en motoren voor de aandrijving van de harde schijf. Als u een nieuw computerscherm aanschaft, opteer dan voor een LED-scherm. Daarmee kunt u tot 60 % energie besparen. Bij de nieuwste schermen wordt trouwens meer en meer rekening gehouden met het milieu.
Laptop
Een laptop is zo ontworpen dat hij heel zuinig omspringt met elektrische energie. Zo kan een acculading langer werken. De boosdoener is echter de lader. Zolang die in het stopcontact steekt, blijft hij stroom verbruiken, ook al is de laptop uitgeschakeld.
Transformatoren
Lagevolt-halogeenlampen, deurbellen, babyfoons ...werken niet op 230 V en hebben daarom een transformator nodig. Een transformator voor lagevolt-halogeenverlichting verbruikt ongeveer 5 watt per uur. Wanneer de aan/uit-schakelaar tussen de transformator en de lamp zit, blijft de transformator ook stroom verbruiken terwijl de lamp is gedoofd. Plaatst u een schakelaar tussen het stopcontact en de transformator, dan kunt u meteen alles uitschakelen. De stekker van de armatuur uittrekken is ook een oplossing. Een gulzige transformator verbruikt snel 25 euro per jaar.

sluipverbruik van apparaten in huis

Tips tegen sluipverbruik

  • Kies apparaten met Energystar-label. Ze hebben een laag stand-byverbruik van nauwelijks 0,3 watt per uur.
  • Zet uw toestellen volledig uit Laat toestellen met afstandsbediening, zoals flatscreen, tv-decoder, dvd-speler of hifi, niet op stand-by staan. Schakel ze volledig uit. Zonder sluipverbruik bespaart u al snel 30 euro per jaar! Haal desnoods de stekker uit het stopcontact of maak gebruik van een stekkerdoos met schakelaar. Zo kunt u alle aangesloten toestellen in één keer uitschakelen.
  • Steek laders zo kort mogelijk in het stopcontact Laat batterijladers zo kort mogelijk in het stopcontact zitten. Oudere (zware) laders van bijvoorbeeld een kruimeldief verbruiken stroom, ook als ze niet meer opladen. De huidige laders van gsm, iPod, laptop, camera …    stoppen automatisch de stroomtoevoer als het apparaat is opgeladen. Op dat moment voelen ze ook niet meer warm aan.
  • Schakel dimmers helemaal uit Ook dimmers blijven energie verbruiken als de lamp niet aanstaat. Een schakelaar tussen het stopcontact en de dimmer kan sluipverbruik vermijden. De eenvoudigste manier is uiteraard gewoon de stekker uittrekken.
  • Halogeenlampen hebben vaak de schakelaar tussen de lamp en de transformator. De transformator blijft stroom verbruiken als de lamp uit is. Dit voorkomt u door de aan/uit-knop tussen transformator en het stopcontact te zetten.
  • Gebruik een standbyregelaar Soms is het lastig om een apparaat helemaal uit te zetten of de stekker uit het stopcontact te halen. U kunt dan tussen het apparaat en het stopcontact een stand-byregelaar zetten, die de stand-bystand volledig uitschakelt. Deze stekkers hebben een heel laag vermogen (tussen 0,1 en 0,3 watt) en verbruiken dus maar weinig energie. Er zijn stand-byregelaars voor de televisie met dvd-recorder, de computer met randapparatuur en het koffiezetapparaat, maar ook voor elektrische boilers en kantoorapparatuur. Ze werken op verschillende manieren. Laat u dus goed informeren. De prijzen variëren van twintig tot vijftig euro.
  • Laat uw laptop niet in slaapstand staan. Zelfs in slaapstand vraagt het toestel nog een vermogen van 15 watt, onder meer om de batterij op te laden. Haal dus zo veel mogelijk de stekker uit het stopcontact als uw laptop niet actief is.
  • Gebruik uw tv niet voor achtergrondmuziek. Een radio verbruikt veel minder en helpt u zo’n 15 euro per jaar besparen.
  • Verde energiemeternkt u een van uw toestellen van een hoogsluipverbruik? Controleer het met een energiemeter.
     
Energie ambassadeurs © 2018

energie ambassadeur,
 verantwoord omgaan met energie


Energieambassadeurs, onafhankelijk advies over energie besparen en woningverbetering - Tips
Tags:energie-ambassadeur, energie-adviseur, energiebesparing, gas besparen, woning verduurzamen, nul op de meter, stroom, besparen, energieambassadeur, gemeente, provincie, overheid, tips, energie, Pv, Isolatie, HR + glas, energielabel verbeteren.
Energie ambassadeurs helpen u om energie te besparen, bezoeken u aan huis en geven tips over woningverbetering en installaties
Up