Regelgeving

EPBD

De Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) is het Europese kader voor de regelgeving over het energiegebruik in gebouwen. De lidstaten van de EU vertalen dit kader in nationale regelgeving. De EPBD heeft een lange voorgeschiedenis. In 2002 werd de eerste versie gepubliceerd, overigens mede geïnspireerd op de Nederlandse EPC. De EPBD bepaalde dat alle lidstaten van de EU een eis moesten stellen aan de energieprestatie van nieuwe gebouwen en dat alle gebouwen (bestaand en nieuw) moesten worden geclassificeerd. Na de eerste versie werd in 2010 de EPBD-recast gepubliceerd. Hierin stelde de Europese Commissie dat het energiegebruik van gebouwen voortaan wordt uitgedrukt in kWh/m2, ook warmte.

 

Bijna energieneutraal na 2020

Bovendien werd vastgesteld dat in alle lidstaten na 2020, voor alle nieuwe gebouwen het energiegebruik zou moeten dalen tot (bijna) energieneutraal. Als uitwerking werd later door het Europese standaardisatiebureau CEN een uitgebreide set van nieuwe rekenregels gepresenteerd.

 

EPBD III

Op 10 juli 2018 heeft de Europese Commissie de herziene EPBD III vastgesteld. Deze richtlijn heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen verder te verbeteren. De richtlijn is op 10 maart 2020 geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. De EPBD III omvat nieuwe systeemeisen voor technische bouwsystemen, nieuwe keuringsverplichtingen voor verwarmings- en airconditioningssystemen (voornamelijk voor de u-bouw) en richtlijnen voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s.

NTA 8800 / BENG

Een deel van de EPBD-recast is in Nederland uitgewerkt in de Nederlands Technische Afspraak (NTA 8800). In de NTA 8800 is de bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen vastgelegd. Op 1 januari 2021 is de NTA 8800 in werking getreden. Een prestatieberekening conform de NTA 8800 is verplicht bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning. Het gaat hierbij dus alleen om nieuwbouw. De energieprestatie wordt uitgedrukt in drie indicatoren: de behoefte aan energie voor verwarmen en koelen, het primair (fossiele) energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie. Deze indicatoren zijn beter bekend onder de aanduidingen BENG 1, 2 en 3. In de bouwregelgeving zijn aan de indicatoren eisen verbonden. Met het van kracht worden van de drie BENG-eisen is de EPC vervallen. Een Omgevingsvergunning mag alleen worden verleend als uit berekening blijkt dat een gebouw aan de eisen voldoet.

Installateurs hebben in de praktijk vooral te maken met de eisen voor BENG 2 (efficiënte installaties voor verwarming, warm water en ventilatie) en BENG 3 (gebruik van zonne-energie en omgevingswarmte). Maar een belangrijk kenmerk van BENG is dat alle indicatoren op elkaar van invloed zijn. Door deze samenhang is het belangrijk dat ontwerper, aannemer en installateur aan de voorkant van het proces de juiste keuzes maken.

Systeemeisen voor technische bouwsystemen

De systeemeisen voor technische bouwsystemen en de eisen aan inregelen en instelbaarheid uit de EPBD III, zijn uitgewerkt in het Bouwbesluit. Om precies te zijn in hoofdstuk 6, artikel 6.55. Dit artikel is sinds april 2020 van kracht. Hierin is een bovengrens vastgesteld voor de waarde van de energieprestatie van technische systemen voor onder andere verwarming en koeling. De waarde voor de energieprestatie is gedefinieerd als het primaire energiegebruik gedeeld door de energiebehoefte. Hoe hoger de waarde voor de energieprestatie, hoe lager het rendement.

De maximale energieprestatie voor verwarming is bijvoorbeeld gesteld op 1,31. Dat wil dus zeggen dat 1 kWh nuttig te gebruiken warmte niet meer dan 1,31 kWh primair (fossiele) energie mag kosten. Met deze grenswaarde ligt de lat overigens niet bijzonder hoog. Centrale verwarming op basis van een gebruikelijke HR107-ketel is in de meeste gevallen goed genoeg. Dat geldt ook voor warmtepompen en zonne-combi’s. Een systeem met een elektrische cv-ketel in plaats van een hr-ketel voldoet echter niet.

Systeem

Met ‘systeem’ doelt de wetgever op het geheel van opwekking, distributie en afgifte. Als het gaat om losse toestellen, zoals IR-panelen die afzonderlijk van elkaar thermostatisch worden geregeld, is er geen sprake van een systeem en zijn de systeemeisen dus ook niet van toepassing.

De systeemeisen gelden niet alleen bij nieuwbouw (zoals de NTA 8800), maar ook bij verandering van een installatie in de bestaande bouw. Bijvoorbeeld als in een woning een cv-ketel wordt vervangen door een warmtepomp.

Een technisch bouwsysteem moet adequaat zijn gedimensioneerd, geïnstalleerd en ingeregeld. Het systeem moet bovendien door de bewoner per verblijfsruimte instelbaar zijn. Wat dus niet meer is toegestaan, is een systeem met een centrale woonkamerthermostaat en verder alleen open-dichtknoppen op de radiatoren. Adequaat dimensioneren betekent dat de capaciteit van een systeem zodanig wordt gekozen dat het goed en met een optimaal rendement functioneert bij gemiddelde gebruiksomstandigheden.

Het energielabel 2021 controleert BENG 2.

Volgend op de eerste EPBD is in Nederland de labelsystematiek voor woningen ontwikkeld. Het doel daarvan is om de bewoner objectief te informeren over de energieprestatie van zijn of haar woning. Sinds 2008 is dit label verplicht bij verkoop of verhuur van een woning, zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Tot nu toe is die plicht, zeker bij overdracht van bestaande woningen, slechts mondjesmaat nageleefd.  Met de invoering van de NTA 8800 wordt dat anders. De handhaving wordt strenger en de labelsystematiek is vernieuwd. Bij nieuwe woningen wordt het energielabel met een voorlopige status afgegeven op basis van de vergunningaanvraag. Daarbij correleert de labelklasse met de waarde van BENG 2. Na oplevering wordt de woning opgenomen door een gediplomeerde EP-adviseur. Dan wordt op basis van de werkelijk gerealiseerde situatie een definitief label afgegeven.

Energieprestatie bestaande woning

Voor installateurs is het belangrijk om bij componenten die niet meer te zien zijn, bewijsmateriaal wordt aangeleverd. Dat geldt met name voor isolatie, maar wellicht ook voor installatieonderdelen. In een bestaande woning wordt de energieprestatie eveneens door een gediplomeerde EP-adviseur vastgelegd. Voor elementen die niet zichtbaar zijn en waarvan geen foto’s, facturen of andere bewijsstukken bestaan, wordt dan uitgegaan van forfaitaire waarden.

Het is overigens belangrijk te beseffen dat een energielabel een communicatie-instrument is. Het is wettelijk verplicht dat het energielabel bij transactie aanwezig is. De wetgever stelt geen eis aan de hoogte van het label.

Lente-akkoord en RVO

Veel vragen van bouwpartijen over BENG en het nieuwe energielabel zijn beantwoord op de website van het Lente-akkoord. De systeemeisen voor technische bouwsystemen uit EPBD III zijn toegelicht op de site van RVO.

 

Links m.b.t. deze:

https://www.lente-akkoord.nl/

https://www.rvo.nl/

Go to top

logo ea© vrijdag 14 mei 2021

Pagina: Energieambassadeurs - Regelgeving
Tags:regelgeving, beng, energie label, ep, lente akkoord, rvo, NTA8800
Beschrijving: Regelgeving woningbouw een paar verwijzingen en wijzigingen sinds 2021